Emancipatie: waar knelpunten samenkomen
In een recent onderzoek van het Sociaal Plan Bureau stond emancipatie onder praktisch opgeleide vrouwen centraal. Hoe beleeft deze groep emancipatie en wat is de rol van de maatschappij hierin?
Een keuze die verder gaat dan opleiding en loopbaan
Emancipatie is een onderwerp dat nog steeds in beweging is. In november 2025 kwam een rapport uit van het Sociaal Cultureel Planbureau dat de beleving van emancipatie bij praktisch opgeleide vrouwen in Nederland in kaart brengt. Het onderzoek is uitgevoerd en geschreven door Wil Portegijs en Ans Merens.
Het onderzoek belicht de onderzoeksfactoren emancipatieopvattingen en het gedrag op de arbeidsmarkt. Hierbij worden de kerndoelen van het emancipatiebeleid meegenomen: betaald werk en economische zelfstandigheid. Als kenmerken van de geemancipeerde vrouw gelden betaald werk, carriere maken en financieel op eigen benen staan. Onder praktisch opgeleiden vallen zij die basisopleiding, vmbo of mbo 1 hebben afgenomen. De theoretisch opgeleiden hebben een hbo of wo opleiding afgerond.
Een kleinere kloof
In de samenvatting wordt belicht hoe globaal het onderzoek is uitgevoerd en wat de bevindingen daaruit zijn. Als eerste is een trendonderzoek uitgevoerd om vast te stellen wat de uitgangspositie is van praktisch opgeleide vrouwen ten opzichte van emancipatie. Praktisch opgeleide vrouwen zijn traditioneler over de rol van de moeder en het belang van het inkomen. Zij onderschrijven minder vaak de emancipatiedoelen, maar kunnen zich wel vinden in de idealen die nagestreefd worden door theoretisch opgeleide vrouwen. Zo accepteren zij dat moeders gaan werken en kinderen naar de kinderopvang gaan. Betaald werk en economische zelfstandigheid worden wel degelijk ondersteund door praktisch opgeleide vrouwen. De kloof tussen praktisch en theoretisch opgeleide vrouwen is sinds de jaren 80 kleiner geworden en soms zelfs gelijk gebleven.
Eigen ruimte en keuzevrijheid
Voor het onderzoek zijn 24 praktisch opgeleide vrouwen betrokken geweest bij focusgespekken om de beleving van emancipatie bij deze groep in kaart te brengen. Onder emancipatie werd vooral verstaan het eigen ruimte innemen en de keuzevrijheid ten opzichte van de partners, een eigen mening hebben en opkomen voor jezelf als vrouw. Financiele onafhankelijkheid werd wel benoemd en het belang van eigen inkomen werd gedeeld. Als er kinderen zijn, dan hadden veel geen werk tot werk met een laag inkomen, wat niet bijdraagt aan de economische zelfstandigheid.
Eigen geld, eigen keuzes
De financiële afhankelijkheid is minder haalbaar voor vrouwen met een praktische opleiding om heel veel redenen. Ze hebben weinig kans op werk. Het lage uurloon draagt niet bij aan de financiële afhankelijkheid. De lat wordt lager gelegd door praktisch opgeleide vrouwen. Het doel van een betaalde baan is niet de financiële onafhankelijkheid die leidt naar het zelfstandig financieel onderhouden van henzelf en kinderen, maar om ook een eigen bedrag te hebben in het huishouden waarmee ze geen toestemming hoeven te vragen als zij het willen uitgeven. Ook dat verstaan zij onder de financiële onafhankelijkheid.
Het maken van je eigen keuzes wordt ook verstaan onder emancipatie en je leven te kunnen inrichten naar je eigen idealen. Daaronder valt ook de keuzevrijheid voor vrouwen om deel te nemen aan een arbeidsmarkt die wordt gedomineerd door mannen.
De knelpunten zorg en werk
Keuzevrijheid wordt ook benoemd door praktisch opgeleide vrouwen. Ook voor deze groep geldt dat zij de keuze mogen maken die bij hun idealen past en daarbij de opleiding en loopbaan kiezen die aansluit bij hun wensen en idealen. In het oog van de emancipatiedoelen zou ook de economische zelfstandigheid haalbaar moeten zijn voor deze groep, maar veel stoppen met werken zodra zij aan kinderen beginnen. Het betaalbaar en toegankelijk maken van de kinderopvang en meer flexibiliteit van werkgevers moet bijdragen aan de mogelijkheid tot economische onafhankelijkheid van praktisch opgeleide vrouwen. Theoretisch opgeleide vrouwen staan wellicht beter voor wat betreft de financiële onafhankelijkheid, maar komen in de knel als het gaat om de combinatie zorg en werk. Beide groepen leven met het gevoel zich te moeten verdedigen voor hun eigen keuzes door hun eigen omstandigheden.
Een gezamenlijke weg
Voor praktisch opgeleide vrouwen is emancipatie belangrijk als het gaat om financiële onafhankelijkheid en keuzevrijheid. De invulling ervan verschilt met die van de theoretisch opgeleide vrouwen. Beiden blijven zoekende in het invullen van die keuzevrijheid in de verdeling van werk en zorg. Waar praktisch opgeleide vrouwen sneller geneigd zijn te stoppen met werken of te werken met een lager inkomen als ze kinderen krijgen, blijven theoretisch opgeleide vrouwen doorwerken om hun positie te behouden, maar moeten een deel van hun inkomen afstaan aan de kinderopvang. De verschillen in de situaties trekken de groepen gelijk, alleen geldt dat minder voor de financiële afhankelijkheid.
Er is dus onder praktisch opgeleide vrouwen wel degelijk een ontwikkeling naar emancipatie. Zij hebben alleen een andere invulling die niet direct leidt tot financiële economische onafhankelijkheid. Dit komt onder meer door de afweging tussen werk en zorg, wat ook geldt voor de theoretisch opgeleide vrouwen. Gekeken moet worden naar de kansen en mogelijkheden die huidige mechanismen creëren en beperken die leiden tot de keuzes van praktisch opgeleide vrouwen in de vorm van stoppen met werken en weinig uurloon. Het bereiken van een emancipatiedoel is niet alleen afhankelijk van de opleidingskeuze van de vrouw, maar ook de middelen en mogelijkheden vanuit de werkgever en de maatschappij.
Wat betekent dat organisaties hun eigen processen dienen te evalueren of die bijdragen aan de emancipatie van praktisch en theoretisch opgeleide vrouwen in Nederland en hoe deze bijdragen aan het behalen van de emancipatiedoelen van de Nederlandse samenleving.